Interview: Tonke Dragt wil steeds het mooiste boek ter wereld schrijven

Door Bas Maliepaard
Fotografie: Jeroen van der Spek

Libelle 51, december 2005

Vorige

Tonke Dragt (75) werd beroemd met haar jeugdroman De brief voor de koning. Vorig jaar won ze daarmee de Griffel der Griffels, de prijs voor het beste kinderboek aller tijden. Tonke laat zich nauwelijks interviewen, omdat ze het tijdverspilling vindt. Maar voor Libelle maakte ze een uitzondering. Journalist Bas Maliepaard sprak met de schrijfster.

"Ik kan u niet binnenlaten, want ik ben de laatste tijd veel te moe om op te ruimen." Tonke Dragt trekt de deur van haar eerste appartement in het slot. We staan in het centrale trappenhuis van een klein wooncomplex in de Haagse bloemenbuurt. In de hal staat een volledig ingericht poppenhuis en langs de trap naar Tonkes tweede appartement hangen de originele collages, die ze maakte voor de omslagen van haar toekomstromans. "Meteen toen ik genoeg geld had, heb ik nog een huis gekocht. Het werd me te gek, al die rommel", zegt Tonke, terwijl ze de trap oploopt. "Ik heb veel poppenhuizen en ik moet ook plek hebben om te schrijven en te tekenen." Ze pakt een beige regenjas van de kapstok. "Zou het koud zijn aan het strand?" We gaan naar de poffertjestent in Kijkduin, want daar wilde Tonke uiteindelijk wel geïnterviewd worden. Vier berichten op haar 'telefoonrobot Xantippe' en een ansichtkaart gingen aan onze afspraak vooraf. Eén keer belde ze me terug. Ik had haar gevraagd om lichte kleding aan te trekken voor de foto. "Onzin", vond ze. "Ik heb niet eens lichte jurken." En met een ondeugende klank in haar stem: "Moet u eens luisteren, als ik vijfentwintig was geweest dan had ik een dure japon gekocht en de rekening naar Libelle opgestuurd, maar daar ben ik nu te oud voor." In de poffertjestent gaan we aan een tafel bij het raam zitten, uitzicht op zee. Tonke is een energiek vertelster. Ze praat haastig, omdat ze zoveel wil zeggen. Ideeën, gedachten en herinneringen struikelen naar buiten. Voor de eerste vraag gesteld is, zegt Tonke: "Ik ben heel vervelend om te interviewen, want ik dwaal altijd af. En ik vertel ook elke dag weer een ander verhaal, dus wat voor zin heeft het om dat vast te leggen? Ik heb eens opgeschreven dat elk mens bestaat uit heel veel verschillende personen. Soms komt de ene wat meer naar voren en soms de andere."

Als dat zo is, wie bént u dan? Wie is de echte Tonke Dragt?
"Soms denk ik dat de echte Tonke de grote gemene deler van heel veel Tonkes is, maar dat weet ik niet zeker. Soms zeg ik ook: lees mijn boeken maar. Dat klopt niet, want mijn boeken zijn wat ik aan de buitenwereld wil laten zien. Ik weet dus eigenlijk niet wie de echte Tonke is. Misschien kom ik daar pas achter als ik dood ga. Elk mens is zijn hele leven op zoek naar wie hij is. Dat is een zoektocht die ik veel van mijn personages ook laat meemaken. Omstandigheden en ervaringen vormen je 'ik'. Als je bijvoorbeeld van nature hoogtevrees hebt en je woont je hele leven in het vlakke land, dan zul je dat nooit ontdekken. Pas als je in de bergen komt, merk je dat je hoogtevrees hebt. Sommige aspecten van wie je bent slapen en worden pas wakker door een ervaring. Zo is het schrijven bij mij ook begonnen."

Hoe ging dat?
"Ik ben opgegroeid in Nederlands-Indië en kwam samen met mijn moeder en zusjes in 1942 in een Japans gevangenenkamp terecht. Daar ben ik gaan schrijven, omdat er niets te lezen was. Ik gumde mijn oude rekenschrift uit en schreef op wc papier, omdat we verder niets hadden om op te schrijven. Mijn verhalen waren een vlucht. Er kwamen altijd wijde verten en veel lekker eten in voor. Het was heerlijk dat ik anderen in mijn fantasie kon meenemen. De verhalen die ik bedacht waren natuurlijk waardeloos - ik lachte me dood toen ik ze later over las - maar het voelde alsof we op vakantie waren geweest. We konden na een verhaal weer even tegen het barse kampleven."

Hebt u later in uw boeken ook ervaringen uit uw kamptijd verwerkt?
"Jawel, maar vaak onbewust. Ik ontdek het pas veel later, of andere mensen wijzen mij erop. In mijn boek Aan de andere kant van de deur komt bijvoorbeeld een poes voor, die zoek is en waarvan men niet weet of ze nog leeft. Dat herkende ik later als een ervaring die ik in het kamp had. Met mijn poes, maar ook met mensen. Mijn vader zat eerst in dienst en later als krijgsgevangene in allerlei kampen. De post die via het Rode Kruis kwam, deed er soms maanden over. Als zijn brief werd opgehangen, wisten we: een paar weken geleden leefde hij nog. We vierden alle verjaardagen van bekenden, maar dan waren ze soms al dood. Gelukkig is mijn familie er levend doorheen gekomen. In mijn boeken komen ook veel wouden voor. In Torenhoog en mijlen breed beschrijf ik bijvoorbeeld een vlammend, oranjegoud bos op Venus. Dat is gewoon een tropisch bos uit Indië, ik beschreef het onbewust, uit heimwee. In De brief voor de koning en Geheimen van het wilde woud spelen bomen ook een grote rol. Ik kan me nog herinneren dat er in het kamp tussen twee huizen een klimboom stond. Als je in de top zat, kon je over het prikkeldraad kijken. Daar was niets te zien, maar het gaf een gevoel van vrijheid. De boom is kort nadat we bevrijd zijn omgewaaid. Misschien omdat hij niet meer nodig was."

Tonke kijkt me met een veelbetekenende blik aan. Hier houdt ze van, de magie van het dagelijks leven. Ze experimenteert ermee. "Mensen noemen zoiets toeval", zegt ze. "Dat is ook zo: het valt je toe." En dan resoluut: "Maar nu ophouden over het kamp. Stond dat eigenlijk wel op uw vragenlijstje?" "Ja," zeg ik, "maar we kunnen het wel over dat toeval hebben, als u wilt." Ze had me al gewaarschuwd: interviewen gaat niet. Met Tonke moet je een gesprek voeren.

In uw boeken spelen toeval en magische gebeurtenissen een grote rol. U schrijft bijvoorbeeld over raadselachtige deuren waarachter nieuwe werelden opduiken. Gelooft u echt in dat soort dingen?
"Je weet nooit wanneer iets wishful thinking is, maar soms maak ik dingen mee waarvan ik denk: dit gebeurt niet zomaar. Laatst wilde ik bijvoorbeeld een collage maken voor het nieuwe omslag van Torens van februari, een boek van mij dat erg verwant is met mijn gestorven zus. Maar ik had het juiste materiaal nog niet bij elkaar. Op de sterfdag van mijn zus trok ik een boek uit de kast en zag daarnaast een oude, vergeten envelop liggen. Er zaten foto’s van dertig jaar oud in, die allemaal te maken hadden met Torens van februari. Ik kon ze zo gebruiken! Ik vraag me dan af: heeft mijn zusje me een aanwijzing gegeven? Wíl ik dat geloven om haar bij me te houden, of is ze toch nog ergens?"

Dan zou er leven na de dood zijn.
"Ja, ik zou ook graag willen dat er iets na dit leven is. Ik denk alleen dat we daar nooit uitkomen. Je kunt je moeilijk voorstellen dat je hier niet meer bent. Het gekke vind ik dat je na de dood veel aardse dingen kwijtraakt, die zo bepalend zijn voor wie je bent. Als je er bijvoorbeeld beeldschoon uit ziet en je hebt altijd een stoet mannen achter je aan, dan beïnvloedt dat je geest. Ik vraag me af wat er daarvan overblijft na je dood."

Dat is wel een grappig voorbeeld, die stoet mannen. Hoe ging dat bij u?
"Ik heb nooit een langdurige relatie gehad, maar heb ook niet bewust gekozen voor een leven alleen. Het kwam gewoon nooit van trouwen en kinderen. Dat had ik wel gewild, hoor. Toen ik tekenlerares was, kon ik altijd erg goed met kinderen opschieten. Ik denk trouwens wel dat ik minder boeken had geschreven. Je moet toch leuke dingen doen met kinderen. Maar dit onderwerp vind ik eigenlijk privé, het heeft niets met mijn boeken te maken."

Dan nog even over uw grote fantasie. Hoe komt u daaraan?
"Daar heb ik niets voor hoeven doen. Iedereen heeft zo’n fantasie, maar die raakt meestal ondergesneeuwd. Als mensen zeggen dat ze geen fantasie hebben, dan liegen ze. Ga maar na: als je kind elke dag om drie uur thuiskomt en op een dag is hij er niet, wat doe je dan? Je denkt dat hij misschien onder een auto is gekomen. Je haalt je allerlei dingen in je hoofd, waarvan je helemaal niet weet of ze gebeurd zijn. Dat is pure fantasie. Het enige wat ik doe, is een wereld opbouwen uit dat soort gedachten. Ik ga verder dan wat ik zie gebeuren, ik denk aan wat zou kúnnen gebeuren. Na verloop van tijd weet ik alles over mijn personages, over het land waar ze wonen, over wat ze bezighoudt. Van sommigen houd ik zelfs een agenda bij. Dan weet ik precies wat ze meemaken."

Waarom blijft u schrijven?
"Ik schrijf omdat het bij me hoort. Ga nou maar niet op zoek naar een hoger doel, want dat is er niet. Dat is allemaal diepzinnig gedoe. Ik schrijf omdat ik het leuk vind, zoals andere mensen schaken omdat ze het leuk vinden."

Geen hoger doel dus. Tonke raadt me de poffertjes met vanillesuiker aan. "Hoe kun je ooit een artikel maken van dat warhoofdige geklets van mij?" vraagt ze. "Ik zal mezelf wel tien keer tegengesproken hebben." Na de poffertjes lopen we naar de auto. "Het was wel erg gezellig, toch?", zegt ze. Jazeker. Het was gezellig en interessant en bijzonder, maar die laatste vraag zit me dwars. Tonke blijkbaar ook, want onderweg naar huis, komt ze erop terug: "Bij elk boek denk je steeds weer: nu schrijf ik het mooiste boek ter wereld. Als je dan zo nodig een hoger doel moet hebben, is dat het misschien wel: steeds het mooiste boek van de wereld willen schrijven. Je weet niet of het lukt, maar je probeert het wel. Daarom blijf ik schrijven."

"En die prijzen dan?", vraag ik. "Is dat niet de bevestiging dat u het mooiste boek hebt geschreven?" Tonke denkt na. "Nee", zegt ze dan. "Het is een grote eer dat een groep mensen op een bepaalde dag mijn boek het mooiste vond. Maar ik vertelde u al dat elk mens veranderlijk is, dus jury’s ook. Morgen kan een ander boek weer hun lievelingsboek zijn." We zijn thuis. Tonke stapt uit, ik draag de beige regenjas achter haar aan. "Prijzen zijn leuk, hoor", zegt ze. "Maar je krijgt het er wel ontzettend druk van. Iedereen wil opeens iets van me. Vertalingen controleren, filmscripts lezen, praten over een musical en interviews..." Ze kijkt me pesterig aan. "Als u morgen zelf zou mogen kiezen, wat gaat u dan doen?", vraag ik. Daar hoeft Tonke niet lang over na te denken: "Dan zou ik mijn nieuwe boek afschrijven", zegt ze. "Of in de tuin werken en met mijn poppenhuizen spelen."

De boeken van Tonke Dragt verschijnen bij uitgeverij Leopold, Amsterdam.

 

© Bas Maliepaard 2017 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt