Achtergrondartikel: Goed speelgoed is geen luxe

Door Bas Maliepaard

Trouw De Gids, 5 november 2009

Vorige

Al ver voor december worden kinderen gebombardeerd met reclames voor speelgoed. Hoe ga je als ouder met al dat geweld om?

Je zou het haast een traditie kunnen noemen: elk jaar rond deze tijd vallen de verleidelijk glimmende catalogi van de grote speelgoedwinkels in de brievenbus en vlucht menig kind ermee naar zijn kamer om alvast te omcirkelen wat het van Sinterklaas wil hebben. November is de maand waarin kinderen, ook via vele televisiespots, lekker worden gemaakt voor die nieuwe Barbie, dat gave Wii-spel of de Lego City Boerderij. Hoe ga je als ouder met al dat speelgoedgeweld om? En hoe maak je verantwoorde keuzes?

Die vragen moet speelgoeddeskundige Marianne de Valck van het onafhankelijk adviesbureau Spelen en Speelgoed vooral in de weken voor pakjesavond regelmatig beantwoorden. „Beschouw het verlanglijstje van je kind niet als boodschappenlijstje”, luidt haar belangrijkste advies, want dat ziet ze te vaak gebeuren. „Aan kinderen vragen wat voor speelgoed ze willen hebben, is net zoiets als vragen wat ze willen eten. De meeste kinderen antwoorden in dat laatste geval patat of pannekoeken. Geen ouder zet zijn kind dat elke dag voor.”

Volgens De Valck kiezen kinderen speelgoed vooral op uiterlijke kenmerken: lichtjes, beweging, geluid, felle kleuren, de grootte van de doos en de inhoud, details en accessoires. Fabrikanten spelen daar handig op in en maken steeds meer speelgoed dat aan al die kenmerken voldoet. „Maar in veel gevallen ligt dat speelgoed een week na aankoop alweer in de kast. Ouders vragen me vaak hoe dat kan. Het antwoord is eenvoudig: je kunt niet van kinderen verwachten dat ze bij het opstellen van de verlanglijst nadenken over welk speelgoed uitdagend genoeg is en aansluit op hun ontwikkelingsniveau.”

De regel is vrij simpel, meent De Valck: hoe meer uiterlijke kenmerken, hoe beperkter de spelmogelijkheden en hoe sneller het dus verveelt. „Ga maar na: met een rode auto spelen kinderen eerder brandweermannetje dan met een witte. Hangt er een ladder aan, dan zou de glazenwasser er nog in kunnen rijden. Maar zit er ook een slang aan vast, dan kan de auto niet méér zijn dan een brandweerwagen. Met goed speelgoed is meer te doen dan het voor de hand liggende.”

Dat betekent overigens niet dat kinderen massaal aan het verstandige, blankhouten speelgoed moeten. „Als je het spel volledig vrij wilt laten, dan kom je daar op uit, maar dat is het andere uiterste. De supergezonde, rauwe worteltjes onder het speelgoed, zullen we maar zeggen. En ik vind kinderen die altijd patat krijgen net zo zielig als kinderen die op een worteldieet worden gezet. Het gaat om de variatie en het compromis tussen wat ouders belangrijk vinden en kinderen graag willen. En soms kun je ook de afweging maken dat de emotionele waarde van het krijgen, de verwennerij, voor een kind meer betekent dan de waarde van het spelen. In zo’n geval is er niets op tegen om iets onzinnigs te geven.”

Om de juiste speelgoedkeuzes te maken, is het belangrijk om het individuele speelgedrag van het kind te bestuderen. „Bekijk niet waarmee je kind speelt, maar vooral hoe het speelt”, adviseert speelgoedexpert De Valck. ,,Bedenk dan wat binnen zijn bereik ligt. Een kind moet kunnen reiken. Het speelgoed moet uitdagend zijn, maar niet té moeilijk.”

Om het ouders makkelijker te maken het speelgedrag van hun kind te herkennen, bedacht De Valck de termen sjouwers, (door)douwers, schouwers en bouwers. „Het zijn benaderingen, geen hokjes”, zegt ze. Sjouwers zijn wildebrassen, houden van actie en beweging, hebben veel ruimte nodig en zijn nadrukkelijk aanwezig. Ze houden van samen spelen, korte spelletjes zonder veel regels en speelgoed als verkleedkleren en ballen. Douwers zijn doorzetters, kunnen geconcentreerd uitzoeken hoe iets werkt, zijn eigenwijs en houden van speelgoed waarvoor strategie, kennis en handigheid nodig is. Schouwers hechten aan de emotionele ervaring, houden van mooie spulletjes en speelgoed waarbij de zintuiglijke beleving centraal staat. Het zijn vaak verzamelaars, puzzelaars en ze kunnen zichzelf goed vermaken. De bouwers ten slotte zijn de inventieve organisatoren, die graag de leiding nemen, dol zijn op spelregels en graag poppen en dieren verzorgen.

Op de vraag of het niet wat ver gaat om voor de sinterklaasinkopen het speelgedrag van je kind zo uitgebreid te analyseren, antwoordt De Valck resoluut: „Nee. We moeten ons in Nederland helaas nog steeds zorgen maken over de speelcultuur. Uit onderzoek blijkt dat te veel kinderen met achterstanden aan de basisschool beginnen. Vooral op het gebied van ruimtelijk inzicht, motoriek en taal; vaardigheden die het kind in de voorschoolse periode spelenderwijs had moeten verwerven. Blijkbaar gaat daar vaak iets mis. Ik denk dat te veel ouders speelgoed als luxe en verwennerij zien en te weinig als een deel van de opvoeding, terwijl het daar een vitaal onderdeel van is.”

Speelgoedexpert: Ga niet te veel af op stickers met ’Speelgoed van het Jaar’
In Amsterdam werden gisteren de winnaars bekendgemaakt van de verkiezing ’Speelgoed van het Jaar’. 94.000 mensen stemden op de door een vakjury geselecteerde genomineerden. De winnaars zijn de Stadsdierentuin van Lego (tot 4 jaar), de Safari Verzorgingspost van Playmobil (4-6 jr.), het Mega Mindy spel ’De ontsnapte boef’ van Studio 100 (6-8 jr.), 4x Vier op ’n rij van Hasbro (8-12 jr.) en OnvoorSPELbaar Paul de Leeuw van Identity Games (12+).

Speelgoedexpert Marianne de Valck heeft moeite met de verkiezing, omdat een van de selectiecriteria ’algemene verkrijgbaarheid’ is. Daarmee vallen kleinere speelgoedfabrikanten, die hun waar niet via de winkelketens aanbieden, al gauw buiten de boot. De jury kiest het beste speelgoed uit de inzendingen, maar dat is volgens De Valck niet automatisch het beste speelgoed dat in Nederland verkrijgbaar is. „Ga niet te veel af op stickers met ’Speelgoed van het Jaar’ of andere kreten als ’bekend van tv’ en ’educatief en verantwoord’. Er kan best goed speelgoed achter schuilgaan, maar het belangrijkste is dat je uitgaat van de behoefte van het kind.”

Meer informatie
Marianne de Valck schreef enkele boeken over speelgoed en speelgedrag. De twee recentste titels zijn:

Het speelgoedboek. SWP, Amsterdam. ISBN 9789066657120; 254 blz. euro 24,90.

Speel Wijzer – spelen kan met alles. SWP, Amsterdam. ISBN 9789066659049; 222 blz. euro 24,90.

Lees meer over De Valcks adviesbureau op haar website.

 

© Bas Maliepaard 2022 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt