Interview Harm de Jonge: Altijd op zoek naar zijn verdwenen vriend

Door Bas Maliepaard

Trouw De Gids, 7 maart 2007

Vorige

Kinderboekenschrijver Harm de Jonge (1940) sluit zijn ogen en zet zijn vingers tegen de slapen. ,,Ik zie hem weer voor me", zegt hij. ,,Het was een vreemde jongen met een gleuf in zijn schedel, van voor naar achter. Hij kon er een potlood in leggen, maar meestal bedekte hij zijn hoofd met een petje. Begin jaren vijftig dwaalde hij rond in de buurt van mijn basisschool in Groningen, slepend met één been. Ik denk dat hij in het ziekenhuis in de buurt een hersenoperatie had ondergaan. De jongen had bijzondere spullen in zijn zakken, zoals een glazen bal waarin het kon sneeuwen als je ’m schudde. Hij vertelde prachtige verhalen. Over Chinese meisjes met een luikje in hun hoofd waar hun aan- en uitknopjes achter zaten. De jongen beweerde ook dat hij een Siamese tweeling was en dat zijn broer in zijn hoofd woonde. Hij bleef maar een week met ons spelen. Toen had hij al onze knikkers gewonnen en hinkte hij weg. Ik zag hem om de hoek verdwijnen, scheef in de bocht hangend door het gewicht van de knikkers in zijn zak."

Nog steeds is Harm de Jonge op zoek naar deze vriend van vroeger. Maar omdat hij weinig van hem weet, zoekt hij vooral door over hem te schrijven. In zijn kinderboeken ‘Tijgers huilen niet’, ‘Jesse, ballewal-tsjí’ en ‘De circusfietser’ duikt de jongen in verschillende gedaantes op. En ook in zijn nieuwste boek, ‘Josja Pruis’, waarvoor De Jonge vorige week de Woutertje Pieterse Prijs ontving, komt hij voor. In elk boek ontstaat een kortstondige, maar intense vriendschap tussen de vreemdeling en de hoofdpersoon en aan het eind verdwijnt de jongen weer.

De vreemdeling is de personificatie van de belangrijkste, autobiografische thema’s in het werk van De Jonge: vriendschap en afscheid nemen. ,,Vroeger heb ik heel veel afscheid moeten nemen en weinig vriendschappen kunnen opbouwen", vertelt De Jonge. ,,Mijn vader en moeder waren binnenvaartschippers en ik voer tot mijn achtste met ze mee. Ik ging niet naar school, dus vriendjes had ik niet. Alleen als we aanlegden, speelde ik even met een ander kind, maar er was geen tijd om echt contact te maken. Je wist dat je toch snel weer afscheid moest nemen. Het leven op het schip was eenzaam en niets voor mij. Ik was klein, tenger, snel zeeziek en kon niet zwemmen. Mijn interesse lag bij andere dingen dan varen. Bij de prentenboeken van mijn moeder bijvoorbeeld. Zij leerde me lezen door de namen van de boten die we tegen kwamen samen met mij te spellen. Ik denk dat ik toen al door kreeg hoe je met lezen je wereld groter kunt maken. Hoe je in je fantasie kunt vinden wat in werkelijkheid niet binnen je bereik ligt."

Maar de vreemde jongen met de gleuf in zijn hoofd, leerde hem dat pas echt. ,,Hij opende de wereld van de fantasie voor mij", zegt Harm de Jonge. ,,Ik woonde inmiddels in een pleeggezin, omdat ik elke dag naar school moest. Daar was het niet leuk; die mensen namen mij in huis omdat ze er vijftien gulden per week voor kregen. Ik miste mijn ouders en wilde weg uit wat je nu de ‘zwarte kousensfeer’ zou noemen: streng, wereldvreemd en bekrompen. De ontmoeting met de jongen was een openbaring. Hij was zo exotisch, zo anders dan alle andere jongens die ik kende. Van hem heb ik geleerd dat je met verhalen kunt compenseren wat je in het echte leven mist. Dat heb ik gedaan: in vier boeken beschrijf ik de vriendschap die ik in mijn kindertijd niet gehad heb. En afscheid is in mijn boeken nooit definitief: aan het eind staat er geruststellend dat je naar mensen die verdwijnen altijd weer op zoek kunt gaan."

In het nieuwste, bekroonde boek ‘Josja Pruis’, kijkt Homme samen met zijn schoolvriendin Ada terug op de komst van de merkwaardige Josja. Die beweert een Siamese tweeling te zijn. Over zijn voorhoofd loopt een dikke witte ribbel, een soort litteken, waar volgens Josja een schotje achter zit. Een muurtje tussen de hersenen van hem en die van zijn tweelingbroertje Kai. Samen delen ze één lichaam, maar dat levert de nodige ruzie op. Kai is een agressieve vechter, Josja een vredelievende dromer. Die innerlijke strijd resulteert in een vreselijke gebeurtenis, waarna Josja het dorp moet verlaten. Op drie niveaus wordt het aangrijpende verhaal gereconstrueerd: via het dagboek van Josja, de geschreven herinneringen van Homme en de gesprekken tussen Homme en Ada in het heden.

Harm de Jonge schreef twintig boeken over veel verschillende onderwerpen, maar de titels over vriendschap en de vreemdeling vallen bij critici en jury’s het meest in de smaak. Zowel ‘Jesse ballewal-tsjí’ als ‘De circusfietser’ werden bekroond met een Vlag & Wimpel van de Griffeljury. ‘Josja Pruis’ maakt ook nog kans op de Jonge Gouden Uil, die 31 maart wordt uitgereikt. Harm de Jonge is blij dat juist deze boeken in de prijzen vallen. ,,Door die bekroning leren heel veel kinderen de vreemdeling met zijn wonderlijke verhalen kennen. Hij is verdwenen, ik heb hem nog steeds niet kunnen vinden, maar hij is er niet voor niets geweest. Dat bewijs ik met deze boeken: hij heeft in mijn leven een belangrijk spoor achtergelaten en doet dat misschien ook wel in het leven van mijn lezers."

Meer informatie over Harm de Jonge op zijn website. Meer over de Woutertje Pieterse Prijs op woutertjepieterseprijs.nl

Update: Maandag 4 juni werd bekend gemaakt dat 'Josja Pruis' ook is bekroond met een Vlag & Wimpel van de Griffeljury.

Lees ook de recensies over andere boeken van Harm de Jonge:

 

© Bas Maliepaard 2019 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt