Alle vissen vonden olifant - Henk van Straten

'Deze tonijn dobbert liever'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 8 januari 2011

Vorige

Al vindt de ijdele papegaaivis Manuel dat hij de énige grote denker is ‘in een zee vol oelewappers’, de andere vissen in dit prachtig vormgegeven boek zijn toch ook behoorlijk filosofisch ingesteld. Weinig aaibare zeebewoners worden in Van Stratens dierenfabels aansprekende personages, die elk op hun eigen manier zoeken naar zichzelf en de zin van het leven. Doordat hun gedachten logisch voortvloeien uit hun natuurlijke eigenschappen, komt het nergens geforceerd over.
 
Zo staat er een geslaagd verhaal in over een tonijn die altijd keihard met haar school mee zwemt, omdat tonijnen nu eenmaal zwemmen ‘alsof ze altijd op tijd willen zijn voor iets heel belangrijks’. Maar dan bekent ze, tot grote schrik van haar soortgenoten, dat ze liever wil dobberen en deinen, dat ze nooit heeft begrepen waar ze naartoe zwemmen en waar ze op tijd voor moeten zijn. Een fabel die de gehaaste mens een spiegel voorhoudt.
 
Soms leidt een identiteitscrisis ook tot een minder ernstig verhaal. Zoals die van de gestreepte zeeslang Saartje. Andere vissen beweren dat ze niet in de zee thuishoort, omdat ze óf een slang óf een zebra is. Ze brengen haar zo in verwarring dat ‘ze zich voelde alsof ze er helemaal niet meer was.’ Dan schiet iemand haar te hulp, want hé, waarom zou een zebra een zee-bra heten?
 
Absurdistisch symbool voor en deels aanjager van al het existentiële geworstel is de treurige olifant die op een dag zomaar in het water drijft. Alle vissen raken van slag door zijn aanwezigheid en vragen zich af wat hem mankeert. Een echt antwoord daarop krijgen ze niet en als hij weer is verdwenen, vraagt iedereen zich af of hij er eigenlijk wel geweest is. Misschien hebben ze hem zelf wel bedacht. Mooi hoe zo de kwestie aan bod komt wat je jezelf inbeeldt en wat niet.
 
Hoewel de verhalen in 'Alle vissen vonden olifant' vaardig zijn geschreven, is de stijl toch wennen. Van Straten gebruikt veel plechtstatige woorden als ‘desalniettemin’, gelieve’ en ‘nimmer’ en vette zinnen als ‘hij koesterde direct warme gevoelens voor het drijvende gevaarte’ of ‘stukken zeewier dansten als wulpse vlinders in de stroming’. Wel voel je dat het komisch bedoeld is, al die gewichtige taal. Bovendien zijn de echt gevoelige momenten meestal subtiel van toon. Maar de vraag is of kinderen van acht (de uitgever doelt zelfs op kleuters) ermee uit de voeten kunnen.
 
Henk van Straten: ‘Alle vissen vonden olifant’. Ill. Martijn van der Linden. Moon, Amsterdam. ISBN 9789048804344; 93 blz. € 14,95. Vanaf 8 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt