Andersen, sprookjes en verhalen - H.C. Andersen en Jan Jutte

'Jan Jutte niet de ideale illustrator'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 4 oktober 2014

Vorige

Negen jaar geleden voorzag Charlotte Dematons de sprookjes van Grimm van nieuwe illustraties, nu heeft Jan Jutte die van Andersen onder handen genomen. Hoewel de drievoudig Gouden Penseel-winnaar veel in huis heeft, is hij niet de eerste tekenaar aan wie je denkt bij sprookjes. Zijn gestileerde werk met stevige, stripachtige belijning ademt, anders dan dat van Dematons, geen feeërieke ‘sprookjessfeer’. Misschien dat je daarom bij het doorbladeren niet meteen het gevoel krijgt een sprookjesboek in te kijken: het komt wat afstandelijk over.

Kijk je beter, dan valt direct de matige vormgeving op: kale hoofdstuktitels, veel bladzijden met slechts grijze kolommen tekst. In ‘Grimm’ is op elke spread iets te zien, zijn sprookjestitels versierd en staan alle tekeningen op de juiste plaats. Dat laatste gaat hier soms mis. Dan lees je in ‘Het verhaal van het jaar’ over de winter, maar zie je de bijbehorende tekening pas op de volgende bladzijde, als het in de tekst alweer lente is.

Jutte kleurt veel met de computer in, met geregeld vrij harde, weinig ‘levende’ kleurvlakken tot gevolg. Hij experimenteert ook met stijlen en knipoogt vaak naar de kunst: van Kandinsky tot Griekse vazen, van Delftsblauwe tegeltjes tot werk van collega’s als Sieb Posthuma.

Variatie is nodig in een boek van deze omvang, maar gebruikt per sprookje soms meerdere stijlen, waardoor die geen eenduidige sfeer meekrijgen. Zo komt het treurige van ‘Het meisje met de zwavelstokjes’ niet binnen: geen bittere kou en donkerte, maar een bijna kerstkaartachtige, lichtblauwe pagina met zwarte silhouetjes en vervolgens het doodgevroren meisje met een oranje, gebeiteld gelaat en twee voorbijgangers met een ratte- en krokodillekop.

Soms krijgt een sprookje een wel erg artistieke behandeling, zoals ‘De prinses op de erwt’. We zien de prinses in haar hemelbed, omringd door vreemde Breughel-achtige figuurtjes, zoals twee mensenbenen met een dode kraai erop. Misschien heeft Jutte zo haar slechte nacht willen verbeelden? Bij andere sprookjes ontbreekt juist een nieuwe invalshoek en presenteert Jutte te voor de hand liggende beelden. Het lelijke jonge eendje dat als zwaan zijn mooie spiegelbeeld in het gladde water ontdekt: dat hebben we al zo vaak gezien.

Staan er dan helemaal geen geslaagde tekeningen in? Natuurlijk wel. Teveel om hier te noemen zelfs. Knappe, waterige silhouetten, zoals die van de corpulente naakte keizer: de ijdelheid straalt ervan af. Het tinnen soldaatje dat je ín de transparante buik van de vis ziet zitten. Elisa uit ‘De wilde zwanen’ in een dreigend decor van zwarte en bruine bomen. Maar als geheel is deze ‘Andersen’ onevenwichtig en te wisselend van kwaliteit.
 
H.C. Andersen: Andersen – Sprookjes en verhalen. Ill. Jan Jutte. Lemniscaat, Rotterdam. 629 blz. € 24,95. Vanaf 5 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt