De Penderwicks - Jeanne Birdsall

'Avonturen van vier Amerikaanse zusjes bieden zalig zomers leesgenot'
Door Bas Maliepaard

Trouw Zomertijd, 4 augustus 2012

Vorige

Als verhalen een geur zouden hebben, dan zouden die over de vier zusjes Penderwick ruiken naar pas gemaaid gras, bosbespannenkoeken, klimrozen en gembercake. Misschien nog met een vleugje hond, want waar de zusjes gaan, gaat hun trouwe viervoeter, die simpelweg Hond heet.

In de traditie van het werk van E. Nesbit, maar vooral het negentiende-eeuwse ‘Onder moeders vleugels’ (‘Little Women’) van Louisa May Alcott, schreef de Amerikaanse Jeanne Birdsall drie zonovergoten boeken over Rosalind (12), Skye (11), Jane (10) en Batty (4) Penderwick. De meisjes zijn jonger en minder braaf dan de vier tieners van Alcott, maar hun huiselijke gekibbel ademt dezelfde onverbrekelijke zusterliefde.

Ook in andere opzichten zouden de Penderwicks verre nazaten van de zusters March kunnen zijn: herrieschopper Skye Penderwick lijkt op tomboy Jo March, wier schrijftalent we terugzien bij Jane Penderwick (natuurlijk niet toevallig vernoemd naar Jane Austen). Jane werkt aan een reeks boeken over haar heldhaftige alter ego Sabrina Starr en barst te pas en te onpas uit in bombastische boekzinnen: ‘De uitgeputte reizigers zagen een onderkomen dat voor koningen geschapen was!’

Rosalind Penderwick is net als Meg March een verantwoordelijke oudste zus, die de honneurs van een ontbrekende ouder waarneemt. Bij de March-zussen is vader afwezig, omdat hij in het leger zit, de Penderwicks moeten het zonder moeder doen, sinds zij na de geboorte van Batty aan kanker is overleden.

Ondanks die treurige gebeurtenis, leiden de Penderwicks een tamelijk onbezorgd leventje met hun zachtaardige, verstrooide vader, een professor in de plantkunde, die zijn dochters zijn ‘troepen’ noemt en hen graag in het Latijn toespreekt. Die zorgeloosheid is één van de grootste verschillen met de little women, die onder andere te kampen hebben met ziekte, armoe en dood.

De Penderwicks leven bovendien in modern Amerika, waar meisjes vrijgevochten zijn en niet meer worden klaargestoomd voor een deugdzaam leven als huisvrouw. Jane en Skye zijn bijvoorbeeld fanatieke voetballers en dromen van een toekomst als respectievelijk schrijfster en astrofysicus. De hedendaagse setting is ook op te maken uit de aanwezigheid van auto’s, computers en mobieltjes, maar Birdsall verwerkt die moderniteiten wel zo subtiel dat de zweem nostalgie, die bij dit soort meisjesboeken hoort, niet vervliegt.

Het eerste, in de VS bekroonde deel, ‘De Penderwicks’ (2007), leest als een gemoedelijke inleiding op de reeks, die uiteindelijk vijf delen zal beslaan. Het gezin viert vakantie in een cottage op het weelderige landgoed Arundel. Bij aankomst ziet Jane een mysterieuze jongen achter een raam van het landhuis staan en ontdekt Batty een geheime doorgang in de kast tussen twee kamers. Opnieuw resoneren Engelse klassiekers: ‘De geheime tuin’ van Frances H. Burnett en ‘Het land achter de kleerkast’ van C.S. Lewis (ook al met vier kinderen in de hoofdrol!).

De jongen, Jeffrey, blijkt de zoon van de kille eigenaresse, mevrouw Tifton. Zij wil het arme schaap naar de militaire kostschool sturen, terwijl hij het liefst naar het conservatorium gaat. Het gezin Penderwick beurt Jeffrey met ontwapenende vrolijkheid op. De vakantie meandert voort langs heerlijke, kleine zomeravonturen: er ontsnappen konijnen, Batty loopt weg en Rosalind krijgt vlinders in haar buik van de achttienjarige tuinman Cagney. Birdsall schakelt vloeiend heen en weer tussen de zusjes en maakt je zo deelgenoot van de verschillende gedachten en gevoelens.

Van een spanningsboog die het hele boek omvat, is nauwelijks sprake, op de dreigende uithuisplaatsing van Jeffrey na. Hetzelfde geldt voor het derde deel ‘De Penderwicks aan zee’ (2012), waarin de drie jongste zusjes met Jeffrey en tante Claire (alweer) op vakantie gaan. Skye neemt voor het eerst Rosalinds plaats als OBP (Oudste Beschikbare Penderwick) in en Jane wordt gekust ‘door het object van haar aanbidding’.

Ergens is dat zorgeloze gekeuvel en de opeenvolging van kalverliefdes natuurlijk de charme; het gaat om de hartverwarmende en vaak humoristische interactie tussen de kinderen, elk met hun eigen, innemende karakters.

Maar dat het tweede boek, ‘Bij de Penderwicks in de straat’ (2008), tot nu toe verreweg het beste deel is, heeft toch te maken met de sterkere spanningsboog. De urgentie van het probleem waarmee de zusjes worden geconfronteerd, legt een diepere laag onder het alledaagse gedoe en houdt de spanning tot het eind toe vast.

Tante Claire geeft vader Penderwick een brief van zijn overleden vrouw, waarin zij hem postuum aanmoedigt om een nieuwe liefde te zoeken. Pa Penderwick gaat daten, tot grote ontsteltenis van zijn dochters. Vooral Rosalind heeft het er moeilijk mee. In een VVZP (Vergadering Van Zusjes Penderwick) verzinnen ze een plan om te voorkomen dat vader een nieuwe vrouw vindt.

Zo’n zoektocht rakelt de emoties rond de dood van hun moeder natuurlijk op. Ontroerend hoe verschillend de meisjes hiermee omgaan. Rosalind raakt in paniek, gedraagt zich plotseling chagrijnig en verstopt de foto van haar moeder, omdat zij haar vader tot de afspraakjes heeft aangezet. Bij kleuter Batty roepen de romantische verwikkelingen voor het eerst gevoelens van gemis op. Als ze de buurvrouw haar baby hoort liefkozen, herhaalt ze zachtjes bij zichzelf haar woorden, alsof haar eigen moeder die tegen haar zegt: ‘Mijn schatje, mijn kindje, mijn allerliefste Batty’.

Hoewel de eigenwijze zusjes Penderwick bijna uit de boeken stuiteren van levendigheid, valt hun vocabulaire vaak niet te rijmen met hun leeftijd. Batty lijkt soms eerder een vroegwijs kind van zeven en vooral Jane bezigt deftige taal. Echt storend is dat trouwens niet, het is deel van de humor, maar de boeken zullen het daardoor vooral goed doen bij slimme, veellezende meisjes en als voorleesboeken. Dan kan een volwassene begrippen als ‘nautisch’ en ‘machiavellistisch’ toelichten.

Het wachten is nu op de laatste twee delen over de Penderwicks, waar hopelijk een fijn, dik besneeuwd winterverhaal bij zit. Want met een vleug haardvuur, speculaas en dennentak wordt het weldadige Penderwickparfum helemaal onweerstaanbaar.
 
Jeanne Birdsall: De Penderwicks (287 blz, € 17,90) -Bij de Penderwicks in de straat (348 blz. € 15,95) -De Penderwicks aan zee (327 blz. € 17,90). Vertaald uit het Engels door Marijke Koekoek, Susan Ridder, Nadia Ramer en Laura Weeda. Van Gennep, Amsterdam. Vanaf 10 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt