De spionnenclub - Rebecca Stead

'Ze noemen hem Georgette'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 14 december 2013

Vorige

In de flat waar Georges (12) pas woont, hangt een poster van het beroemdste schilderij van Georges Seurat. De Amerikaanse jongen is niet alleen vernoemd naar de kunstenaar, zijn moeder ontleent ook een levensles aan diens pointillistische werk. “Mam zegt dat onze Seuratposter haar eraan herinnert dat ze het grote geheel voor ogen moet houden.” Een akelige gebeurtenis is “maar één stipje in het reusachtige Seuratschilderij van ons leven.”

Georges staat met zijn neus bovenop een paar zwarte stippen: hij is van een groot huis naar de flat verhuisd omdat zijn vader is ontslagen, op school wordt hij gepest (ze noemen hem Georgette), hij ziet zijn moeder nauwelijks omdat ze hard werkt en zijn beste vriend zit na de zomervakantie opeens aan de coole tafel in de schoolkantine.

Klinkt als zware kost, maar Rebecca Stead, die lof oogstte met ‘Als je terugkomt’, wrijft het de lezer niet in. Ze verpakt het drama fijngevoelig in sprekende details, in kleine, terloopse observaties en opmerkingen. Bijvoorbeeld in een dialoog tussen twee pestkoppen: ze maken piepgeluiden en stellen vervolgens vast dat hun ‘freak-alarm’ afgaat omdat Georges langsloopt. Scherp getroffen pestgedrag, maar drie zinnen later gaat het alweer gewoon over de biologieles. De nare momenten zijn ook in dit boek stipjes van een groter schilderij, dat juist bedrieglijk lichtvoetig en vaak geestig van toon is.

De humor zit vooral in het maffe gezin dat Georges in de flat ontmoet, waar de kinderen nóg wonderlijker namen hebben dan hijzelf: Doffer, Kitser en Snoepie. Kitser betrekt Georges meteen in zijn grootste hobby: het bespioneren van Mister X, de geheimzinnige bewoner van de derde etage. Dat begint onschuldig, maar loopt uit de hand als Kitser inbreekt in het appartement. Stead zet de lezer hier aan het denken: wanneer is de grens van het toelaatbare bereikt? En hoever laat je je door een vriend meeslepen?

Dan verrast ze met een totaal onverwachte wending. Kitser heeft de waarheid naar zijn hand gezet. Georges is teleurgesteld, maar blijkt zelf vervolgens ook geen betrouwbare verteller. Kitser en Georges hebben grotere geheimen dan Mister X. Zo komen aan het eind van dit intelligent geconstrueerde verhaal de onderliggende thema’s pas echt bovendrijven: angst, eenzaamheid, weerbaarheid en de moed om ook de zwartste stipjes op het schilderij aan te gaan.
 
Rebecca Stead: De spionnenclub. Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge. Querido, Amsterdam. 199 blz. € 14,95. Vanaf 12 jaar.

Lees ook de recensies over andere boeken van Rebecca Stead:

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt