De verschrikkelijke verhalen van Oom M - Chris Priestley

'Haar geest waart rond in het kasteel'
Door Bas Maliepaard

Trouw boeken, 15 november 2008

Vorige

Griezelverhalen kunnen het best worden gelezen op donkere winteravonden, als de kou het huis doet kraken (of zijn het voetstappen?) en er een verwarmingsbuis ratelt alsof een geest met lange nagels op het venster tikt. Wie nu al rillingen krijgt, moet 'De verschrikkelijke verhalen van oom M.' maar niet lezen.

Dit is griezelliteratuur op z'n best, in de sfeer van Edgar Allan Poe en Montague Rhodes (M.R.) James. De namen van de hoofdpersonen, de jonge Edgar en zijn oudoom Montague, doen vermoeden dat Priestley goed naar het werk van die meesters in het genre heeft gekeken.

De oude school waar Montague woont, staat diep in een duister bos. Hoewel het een spookachtige plek is, gaat Edgar er graag heen. Thuis krijgt hij weinig aandacht, terwijl zijn oom altijd bereid is horrorverhalen te vertellen. In diens werkkamer staan ogenschijnlijk onschuldige voorwerpen die, zoals ook vaak in de vertellingen van M.R. James, een griezelige rol spelen in het verhaal.

Zo hangt er een foto van een bruidspaar, aanleiding voor één van beste verhalen in de bundel. Oom vertelt over Victoria, die met haar nichtjes verstoppertje speelt in het kasteel waar de bruiloft is. Ze moet een koppel vormen met een ander kind, maar blijft alleen over. Dan ziet ze een meisje in doorweekte kleren bij een vijver staan. Victoria spreekt haar aan en samen verstoppen ze zich in een oude dekenkist. De nichtjes vinden hen niet en gaan moe van het spelen voor de kist zitten kletsen. Victoria hoort één van hen vertellen over een geest die nog steeds in het kasteel rondwaart. Bijna tot het einde van het verhaal blijft de lezer in de waan dat ze de geest van een volwassen moordenaar bedoelt. Maar dan blijkt het om de geest van zijn slachtoffer te gaan: een jong meisje. Haar lijk werd eerst verstopt in een dekenkist en daarna gedumpt in de vijver.

In elk verhaal bouwt Priestley de (onderhuidse) spanning zorgvuldig op in huiveringwekkend beeldende – soms wat volwassen – taal. De clou hakt er steeds in, omdat je die bijna in geen enkel verhaal ziet aankomen en Priestley direct erna stopt met vertellen. Hij laat Victoria bijvoorbeeld gillend opspringen en naar de lege kist staren. Uiteindelijk krijgt zelfs de raamvertelling over oom Montague een onverwacht gruweleinde. Een boek dat garant staat voor slapeloze nachten.


© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt