Heidi - Johanna Spyri (Anneke Scholtens)

'Opa ontdooit door huppelende Heidi'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 1 oktober 2016

Vorige

Hij moet één van de oudste grootvaders in de kinderliteratuur zijn: opa-op-de-berg uit de klassieker 'Heidi'. Want ook al is hij een nog tamelijk fitte zeventiger, afgemeten aan het moment waarop de Zwitserse schrijfster Johanna Spyri hem bedacht, is hij stokoud. In 1880 verscheen 'Heidi's Lehr- und Wanderjahre', twee jaar later ook de Nederlandse vertaling ervan.

De laatste jaren was het boek slecht verkrijgbaar, maar nu de Kinderboekenweek over grootouders gaat, werden ook opa-op-de-berg en zijn kleindochter afgestoft.

Kinderboekenschrijfster Anneke Scholtens maakte een frisse en voor moderne kinderen vlot leesbare hertaling, zonder van de oorspronkelijke verhaallijn af te wijken. Wel roomde ze Spyri's soms erg bloemrijke zinnen hier en daar af en schrapte ze de al te godsdienstige passages.

Puristen die de oer-Heidi willen lezen, kunnen dit boek dus beter laten liggen, maar met deze bewerking zijn Heidi's belevenissen wel weer toegankelijk gemaakt voor een nieuwe generatie. Het verhaal - over het vinden van een thuis, heimwee en vertrouwen (in God en een goede afloop) - is tijdloos en blijft ondanks (of dankzij) de soms wat sentimentele toon ook nu nog aantrekkelijk.

Tamelijk liefdeloos wordt de vijfjarige wees Heidi door haar tante Dete bij de zonderlinge opa-op-de-berg ondergebracht, die eenzaam in een Zwitserse berghut woont. Alleen Geiten-Peter haalt dagelijks opa's geiten op, om ze te weiden. De mensen uit het nabijgelegen gehucht Dorfli zijn bang voor opa. Hij heeft zo'n vreselijke baard, borstelige wenkbrauwen en gaat niet naar de kerk.

Erg geloofwaardig is het niet, maar Heidi voelt zich onmiddellijk thuis bij deze voor haar wildvreemde man, die onder haar invloed ontdooit en helemaal niet zo'n barse knar blijkt. Heidi danst en huppelt de ganse dag en geniet met volle teugen van al het natuurschoon: de geiten, de klokjes in het gras en het zonlicht dat de bergen 'in brand' zet.

Spyri schreef 'Heidi' in de beginperiode van de industrialisatie en laat haar voorkeur voor de onbedorven, paradijselijke natuur duidelijk blijken. Die wordt nog sterker aangezet als Heidi na drie jaar plots door tante Dete wordt opgehaald en naar Frankfurt wordt gebracht. Daar moet Heidi gezelschapsmeisje zijn van de gehandicapte Klara.

Heidi weet niets van de stadse regels en voelt zich gevangen in het deftige herenhuis, waar juffrouw Rottenmeier - een vrouw als een geladen kanon - de dienst uitmaakt. Hoewel Heidi leert lezen (en aanvankelijk in de letters alleen maar geitjes en roofvogels ziet) en van Klara's lieve oma wijze raad en een prachtig boek krijgt, verlangt ze zo hevig naar opa-op-de-berg, dat ze vermagert en begint te slaapwandelen tot ze van Klara's vader naar huis mag.

Waar ze in het origineel bij thuiskomst op de berg haar handen vouwt en luidkeels de lieve God dankt, voelt ze zich in Scholtens' minder stichtelijke versie gewoon 'dankbaar' dat ze weer bij opa mag zijn. En dat blijft hoe dan ook een wens vervullend einde. Geïnspireerd door het Bijbelverhaal van de verloren zoon, dat Heidi aan hem voorleest, besluit opa weer naar de kerk te gaan en in de gure winters in Dorfli tussen de mensen te gaan wonen. Zo maakt de grootvader van dit verhaal, meer dan zijn kleindochter, een ontwikkeling door.

Johanna Spyri: Heidi Hertaling: Anneke Scholtens. Ill. Juliette de Wit. Ploegsma, 168 blz. euro 15,99. Vanaf 8 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt