Ik had een vriend in Gaza - Valérie Zenatti

'Flessenpost in Gaza'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 26 februari 2011

Vorige

Middenin een drukbezocht café in Jeruzalem blaast een Palestijn zichzelf op. Het is de eerste aanslag op een plek waar Tal (17) ook vaak te vinden is. Met het besef dat ze aan de dood is ontsnapt, groeit haar behoefte om de vijand te leren kennen. Tal stopt een brief in een fles en vraagt haar broer, soldaat in het leger, die in Gaza achter te laten. Vreemd misschien, maar haar vader heeft er een mooie verklaring voor: ‘Bewust of niet, je hebt jezelf beschermd tegen de wanhoop (…). Ik denk dat elk mens het nodig heeft te weten dat hij niet omringd is door vijanden die bereid zijn om toe te slaan.’
 
De fles wordt gevonden door Naïm (20) en hij stuurt Tal een e-mail. Dat is het begin van een turbulente correspondentie, die indruk maakt omdat de jongeren niet makkelijk tot elkaar komen. Aanvankelijk is Naïms toon neerbuigend, hatelijk. Tal blijft, soms op het weeïge af, vastbesloten hem zijn levensverhaal te ontlokken. Naïm sneert daarop: ‘Soms ben je echt dom! Meestal zelfs. Je hebt van die mensen die overal kwaad in zien, maar jij ziet overal hoop.’
 
Hoewel Zenatti haar puberteit in Israël doorbracht, kiest ze in haar boek geen partij. Ze slaagt erin ook het leven van de Palestijnse jongen invoelend te beschrijven. Aangrijpend hoe hij zijn opgesloten gevoel verwoordt in ‘die waardeloze uithoek die Gazastrook heet’ en de onmogelijkheid om nog een individu te zijn in ‘de massa die hetzelfde lot deelt’. Het is een gevoel dat Tal herkent.
 
De grimmigheid in hun mailwisseling slaat pas om in vriendschap als er opnieuw aanslagen zijn in Israël en Gaza. Tal en Naïm beseffen dat ze zich zorgen maken om elkaar. Zenatti, die met dit boek verschillende prijzen won, laat ontroerend zien hoe deze jongeren uitstijgen boven de geschiedenis en als individuen een verbond sluiten.
 
Het Nederlands van vertaalster Mieke Prins leest vloeiend, maar ze bekende in een interview met het Reformatorisch Dagblad dat ze in haar vertaling rekening heeft moeten houden met ‘christelijke’ lezers, de voornaamste doelgroep van uitgeverij Callenbach. Zo laat ze Naïm zich iets ‘plechtig voornemen’, terwijl Zenatti hem onchristelijk laat ‘zweren’. En Tal mag een ingeving niet meer vergelijken met de eerste dag van de schepping (veranderd in Archimedes’ eureka-moment). Het lijken details, maar dit zijn onaanvaardbare en ergerlijke ingrepen die van weinig respect voor de auteur getuigen.
 
Valérie Zenatti: Ik had een vriend in Gaza.Vertaald uit het Frans door Mieke Prins. Callenbach, Kampen. ISBN 9789026619755; 174 blz. €14,95. Vanaf 13 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt