Koken voor de keizer - Marloes Morshuis

'Zeven keer koken voor de keizer'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 3 oktober 2015

Vorige

Dit is een bespreking uit de rubriek 'Het debuut' in Letter & Geest.

Copywriter Marloes Morshuis bewandelde met haar debuut 'Koken voor de keizer' een ongewone weg. Nadat verschillende uitgevers haar manuscript hadden geweigerd, gaf ze het begin dit jaar na een crowdfundingcampagne in eigen beheer uit onder de vlag van Palmslag, een uitgeverij die in opdracht boeken publiceert. Het boek kwam de toonaangevende kinderboekenuitgeverij Lemniscaat onder ogen. Zij besloten het boek op te nemen in hun fonds en zo verschijnt het nu alsnog op de traditionele manier.

Dat Lemniscaat wat in het boek zag, is niet zo verwonderlijk, want 'Koken voor de keizer' is een heerlijk avontuur, dat in de verte bovendien doet denken aan een klassieker uit dezelfde stal: 'Koning van Katoren' van Jan Terlouw.

Net als in dat jeugdboek uit 1971 speelt 'Koken voor de keizer' in een verzonnen land dat na de dood van een geliefde koning is overgeleverd aan minder aangename machthebbers: in Katoren zes ministers, op het eiland Minelotte keizer Linus, de megalomane zoon van de overleden vorst. In beide koninkrijken probeert een jongen iets voor het land te betekenen door zeven opdrachten uit te voeren. Daar houdt de vergelijking wel meteen weer op, maar het boek heeft eenzelfde sprookjesachtige sfeer.

Keizer Linus regeert Minelotte met harde hand. Hij verzint wrede wetten, tegenstanders voert hij aan de haaien in de Haaibaai. Ook laat hij onderdanen oppakken om voor hem te koken. Linus lust eigenlijk alleen witte broodjes met suiker, dus het is een onmogelijke opgave om hem tevreden te stellen. Als de keizer de maaltijd niet lekker vindt, worden de koks naar de kale Witte Rots in zee gedeporteerd.

Zo is het ook de ouders van hoofdpersoon Mick (11) vergaan. Hij en zijn zusje Lori (8) zijn gelukkig aan het weeshuis ontkomen - wezen worden uitgebuit in de kolenmijnen - en wonen met lotgenootjes op een verlaten strand.

Als Mick op een dag over de paleismuur klimt om mango's te stelen, wordt hij gesnapt en voorgeleid aan de keizer. Om onder een jaar dwangarbeid uit te komen, stelt hij impulsief voor om zeven dagen voor de vorst te koken, onder voorwaarde dat alle gevangenen van de Witte Rots worden vrijgelaten als de keizer zijn gerechten lust. Zo beginnen voor Mick zenuwslopende dagen waarin hij zijn kookkunsten moet laten zien.

Die herhaling, zeven keer het kookproces, had met gemak saai kunnen worden, maar Morshuis slaagt erin om het spannend te houden. De raadsheer van Linus - met zo'n scherpe stem dat het lijkt of hij je in plakjes snijdt - dwarsboomt Mick waar hij kan en ook de keizer zelf maakt van de weddenschap een griezelig kat-en-muisspel.

Morshuis maakt aannemelijk dat Mick goed kan kokkerellen: hij is immers al twee jaar wees en heeft zichzelf leren koken met een oud kookboek dat hij in de boedel van zijn ouders vond. Maar het verhaal kent wel andere zwakke plekken. De keizer heeft geen voorproever, dus Mick zou de tiran eenvoudig kunnen vergiftigen. Waarom komt die gedachte niet één keer in hem op?

En nog iets: Morshuis beschrijft de gerechten smakelijk, maar zo heel erg bijzonder is het ook weer niet wat Mick kookt (de recepten staan achter in het boek). Wat maakt hem een zoveel betere kok dan al die ongelukkigen die hem voorgingen? Dat er in de Minelotse keuken geen kruiden worden gebruikt en Mick die wél in zijn eten verwerkt - zijn geheime wapen - komt wat gekunsteld over. Toch neem je die minpunten graag op de koop toe, omdat Morshuis met haar beeldende stijl een sfeervolle wereld oproept en je meesleept in de strijd van Mick, voor zijn volk, zijn ouders en zichzelf.

Marloes Morshuis: Koken voor de keizer. Lemniscaat, 215 blz. euro 14,95. Vanaf 10 jaar.

Lees ook de recensies over andere boeken van Marloes Morshuis:

 

 

© Bas Maliepaard 2017 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt