Kruimeltje - Chr. van Abkoude

'Niemand wou hem ooit hebben zoo'n schooier'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 18 februari 2006

Vorige

Met het Rotterdamse schoffie Kruimeltje leef je meteen mee, anders dan met Pietje Bell. En dankzij de rauwe, volkse toon, die in 1923 revolutionair was, klinkt 'Kruimeltje' nog steeds levensecht. Deel 3 van 4 herlezingen van klassieke kwajongensboeken.

,,'D'r uit of ik trap je d'r uit!' 'Geef me 'n krentebol', smeekte het jongetje. Woedend stoof de dikke bakker op hem af en zou zeker de daad bij het woord gevoegd hebben, als niet een goedhartige juffrouw tusschenbeide gekomen was. 'Geef den stumper maar een krentebol, bakker, ik zal 't wel betalen'."

In deze eerste alinea van 'Kruimeltje' zet Chris van Abkoude haarscherp de sfeer van het hele boek neer. De held van het verhaal, met wie je meteen meeleeft, is er niet best aan toe. Hij moet sméken om een eenvoudige krentenbol! Weinig zachtzinnig maakt de boze bakker hem duidelijk dat het joch niet op zijn medelijden hoeft te rekenen.

Die confronterende, rauwe toon was ten tijde van de publicatie van 'Kruimeltje' in 1923 behoorlijk revolutionair. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog kuiste uitgeverij Kluitman, onder druk van de jeugdliteraire opinie, het taalgebruik van de personages. De bakker riep in de hertaling wat flauwtjes: 'D'r uit en geen praatjes'. In de jaren tachtig, toen een aantal liefhebbers van het boek in een vurig pleidooi de oude tekst terug-eiste, werd 'Kruimeltje' weer in de originele vorm gepubliceerd.

Dat was maar goed ook, want dat de personages in 'Kruimeltje' geen blad voor de mond nemen, is waarschijnlijk één van de belangrijkste verklaringen voor de blijvende populariteit van het boek. Dialogen in plat Rotterdams en volkse scènes, zoals een dronkemansruzie, maken het verhaal levensecht. Van Abkoude schetst zo een aangrijpend beeld van de erbarmelijke omstandigheden waaronder straatschoffies als Kruimeltje moesten leven.

Overigens is 'Kruimeltje' daardoor niet meteen een maatschappijkritisch kinderboek. Van Abkoude legde zijn woede over de situatie van de allerarmsten twintig jaar eerder al vast in het pamflet 'Droevig Kinderleven in Rotterdam - Een onderzoek naar den toestand van behoeftige schoolkinderen'.

'Kruimeltje' is gelukkig gewoon een kwajongensboek, dat vooral wil ontroeren. Het tienjarige stadsboefje Kruimeltje ziet eruit alsof hij de kleuterschool amper is ontgroeid. 'Niemand wou hem ooit hebben, zoo'n schooier.' Zelfs zijn eigen moeder niet. Die bracht hem als baby onder bij vrouw Koster en verdween.

Zodra het scharminkel op eigen benen kan staan, zet vrouw Koster hem op straat. Daar scharrelt Kruimeltje rond, samen met zwerfhond Moor. Kruimeltje stoort zich niet aan wetten en regels en haalt veel kattenkwaad uit. Hij jat wat hij nodig heeft, verkoopt oude kranten voor de prijs van nieuwe, rijdt met de slee van zijn vriendje een agent omver en smeert de stoep voor het politiebureau in met groene zeep.

Die streken bepalen echter niet het verhaal, zoals wel het geval was in de boeken over Pietje Bell. Kruimeltjes grappen typeren zijn persoonlijkheid en sociale positie. Omdat hij niet zo verwend is als Pietje, gun je hem zijn lolletjes en kun je er nog smakelijk om lachen ook. Bovendien neemt hij alleen onaardige mensen in de maling. Dat kun je van Pietje niet zeggen.

Op haar sterfbed geeft vrouw Koster Kruimeltje een medaillon met foto's van zijn vader en moeder. Kruidenier Wilkes herkent in Kruimeltjes vader zijn jeugdvriend Harry, die op een reis in Amerika spoorloos is verdwenen. Hij ontfermt zich over Kruimeltje, maar door een ongelukkige samenloop van omstandigheden belandt de schooier toch in een Gesticht voor Onverzorgde Kinderen.

Wilkes ziet ondertussen kans om naar Amerika af te reizen en Kruimeltje's vader te vinden. Door stom toeval blijkt Kruimeltjes moeder ook nog eens in de stad te zijn. Zij is een beroemd pianiste en rijdt na een optreden haar eigen zoon met de auto aan. Natuurlijk volgt er uiteindelijk een mierzoete, maar buitengewoon wensvervullende gezinshereniging.

In 'Kruimeltje' combineerde Van Abkoude Amerikaans filmsentiment met het Nederlandse kwajongensboek. Het resultaat was een tranentrekker met komische momenten, die ook nu nog overeind blijft. Het boek appelleert aan universele en tijdloze gevoelens van jonge lezers: verlatingsangst én ondeugendheid. Door die afwisseling is 'Kruimeltje' niet eentonig, zoals Pietje Bell. De vele toevallige gebeurtenissen en overtrokken, sentimentele zwijmelscènes, doen de kwaliteit van het verhaal geen goed. Maar, eerlijk is eerlijk, op een winterse avond bij de kachel, neem je dat maar al te graag op de koop toe.

Chr. van Abkoude: Kruimeltje. Ill. Herman Tulp. Kluitman, Alkmaar. ISBN 9020620940; 205 blz. € 8,95. Vanaf 8 jaar. (hertaalde editie) Herdrukken van de originele tekst zijn alleen antiquarisch te krijgen.

Christiaan Frederik van Abkoude (1880-1960)

Chr. van Abkoude werd geboren in Rotterdam. Na een werkzaam leven als onderwijzer en journalist, emigreerde hij in 1916 met zijn gezin naar Amerika. Hij veranderde zijn naam in Charles Winters en schreef Kruimeltje, waarin de American Dream ook terug te vinden is. Vermoedelijk heeft Charlie Chaplins film ‘The Kid’ Van Abkoude in grote mate geïnspireerd. ‘Kruimeltje’ werd in 1999 succesvol verfilmd door Maria Peters.

Lees ook de andere afleveringen uit de serie Kwajongensboeken van de klassiekerrubriek van Trouw:

De originele tekst van 'Kruimeltje' is on line te lezen op de website van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt