Mister Orange - Truus Matti

'Oranje voor Mondriaan'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 19 februari 2011

Vorige

Het is 1943. Terwijl in Europa de Tweede Wereldoorlog woedt, schildert Mondriaan in zijn New Yorkse appartement aan zijn bekendste werk: de Victory Boogie Woogie. Maar ook schilders moeten eten, en zo wordt hij vaste klant bij de groentezaak van Linus’ vader. De jongen, via zijn broer bekend met de Action Comics-superheld, ontdekt dat deze klant schildert met de kleuren van Superman: rood, geel en blauw.

Linus is de hoofdpersoon in het tweede boek van Truus Matti, die in 2007 zeer veelbelovend debuteerde met ’Vertrektijd’. ’Mister Orange’ schreef ze in opdracht van het Gemeentemuseum Den Haag, dat de Victory Boogie Woogie in bezit heeft, en met Leopold een reeks kinderboeken rond kunst(enaars) uitbrengt. Matti probeert het werk en gedachtengoed van Mondriaan zo onnadrukkelijk mogelijk te presenteren, maar juist daardoor krijgt het boek af en toe iets gekunstelds. Waarom heet Mondriaan bijvoorbeeld niet gewoon Mondriaan, maar Mister Orange?

Het fictieve verhaal over dromer Linus, die zijn broer Apke naar het front ziet vertrekken, is op zichzelf heel aardig, al duurt het lang voor er spanning in komt. De jongen rekent erop dat Superman, die het in de stripboekjes uit die tijd tegen de nazi’s opneemt, zijn broer beschermt. Hij voert zelfs fantasiegesprekken met hem. Maar als Apke schrijft dat zijn kameraad in het leger is gesneuveld, concludeert Linus dat je met fantasie geen oorlog wint.

Op dat punt slaat Matti het wat gezochte bruggetje tussen de werelden van bijfiguur Mondriaan en Linus. De vriendelijke schilder Mister Orange, bij wie Linus wekelijks sinaasappels bezorgt, vraagt hem steevast binnen om naar de boogie woogie te luisteren, te praten over de Superman-kleuren en het nut van de fantasie.

Die laatste discussie vormt de kern van het boek. Interessant, maar het had er allemaal wel iets minder dik bovenop mogen liggen. Mister Orange legt uit dat verbeelding de eerste stap is naar een betere toekomst en dus het sterkste wapen in een oorlog. Zelf zoekt hij naar vooruitgang door te schilderen, Apke doet dat door naar het front te gaan. Hij werd soldaat, leert Linus, juist omdat hij fantasie had: hij kon zich de goede afloop voorstellen.

Matti’s debuut viel op door de bijzonder sterke constructie, nu pakt dat minder goed uit. Ze wil te veel, zet zijlijnen uit (bijvoorbeeld over een stukgelopen vriendschap) die weinig toevoegen. Wel verrast ze met beeldende zinnen en mooie observaties. Zo vraagt Linus zich af waarom kleuren wel een naam hebben en geuren niet.

Truus Matti: ‘Mister Orange’. Leopold, Amsterdam. ISBN 9789025857165; 150 blz. € 14,95. Vanaf 9 jaar.

Lees ook de recensies over andere boeken van Truus Matti:

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt