Ons derde lichaam & Chatbox - Edward van de Vendel

'Jij bent mijn interlove, mijn nikspapier'
Door Bas Maliepaard

Trouw boeken, 1 april 2006

Vorige

Tycho Zeling heeft een broeierige zomer achter de rug. Nog steeds hoort hij de wilde bluegrass-liedjes waarop hij danste met Oliver, de jonge Noorse voetbaljongen op wie hij vreselijk verliefd werd. Allebei achttien, allebei leider van een internationaal kinderkamp in Amerika. Daar begon het te vonken. Maar Oliver durfde Tycho's liefde alleen 's nachts en binnenskamers te beantwoorden. Want voetballers houden niet van jongens. Niet op die manier.

Die liefde wordt beschreven in 'De dagen van de bluegrassliefde', dat zeven jaar geleden verscheen en werd bekroond met de Gouden Zoen. Aan het eind van dat boek keert Tycho zonder Oliver terug naar Nederland. De jongens hebben zichzelf ontdekt, nu moeten ze zichzelf nog durven zíjn.

Hoe dat Tycho afgaat, is te lezen in 'Ons derde lichaam'. Het is een woelige ontwikkelingsroman, een denkboek waarin Tycho zelf aan het woord is. Hij is een piekeraar, hij worstelt met zijn gedachten en uit die in vurige liefdesmails aan Oliver, die hij niet verstuurt.

Tycho zoekt bij alles en iedereen vooral oprechtheid. Wat kun je van jezelf blootleggen? En wat van een ander? Het is vooralVonda, die ervan droomt zangeres te worden en met wie Tycho in Rotterdam op kamers woont, die hem met zulke vragen confronteert.

Om Vonda kun je niet heen; ze verslindt Tycho met haar levenslust - en met haar zorgen. Ze is brutaal, hartveroverend, maar ook geheimzinnig en soms dwingend. Als haar gevraagd wordt om mee te doen aan het Nationaal Songfestival komt de vriendschap onder druk te staan. Vonda legt de beslissing bij Tycho: als hij niet meedoet met haar act, gaat zij ook niet. Dus moet hij wel. Ze winnen en mogen naar Riga om Nederland te vertegenwoordigen.

In het glitterdecor van het liedjescircus, tussen roddeltongen en luchtkusjes, gonzen de vragen over eerlijkheid, echtheid en ware vriendschap steeds nadrukkelijker in Tycho's hoofd. Maar hij moet ook aan zijn zomer denken, aan zijn voetbaljongen van wie hij nooit meer wat heeft gehoord.

'Ons derde lichaam' is een meer dan waardige opvolger van 'De dagen van de bluegrassliefde'. Edward van de Vendel beschrijft het leven van een moderne jongere verbluffend realistisch. Het is een bevrijdend open verslag, steeds poëtisch en teer verwoord.

De gedichten van Tycho Zeling verschenen in de aparte bundel 'Chatbox'. Die stomende teksten mogen met recht cyberpoëzie genoemd worden: 'Mijn naam is hier dus Donald Duck, maar/ mijn gesnater kun je nog niet kennen. (...) Paren/ doen we ook, maar in een ander slootje -/ woerden in hun blootje: www.kuikentjes.com,/ met cam.' En haast tedere chatliefde: 'Jij bent mijn interlove, mijn/bytesverschijnsel, nikspapier.'

Het enige dat in zowel 'Ons derde lichaam' als in 'Chatbox' irriteert, is dat Van de Vendel doorschiet in het bedenken van combinatiewoorden, zoals beginlucifer, kladblokmeisje, harmonicadagen en beloof-ideeën. De veelheid ervan maakt de zinnen soms protserig. Maar dat is niet meer dan marginale kritiek. Edward van de Vendel is een begenadigd schrijver.

Update: Dinsdag 17 april 2007 ontving Edward van de Vendel de Gouden Zoen voor 'Ons derde lichaam'.

Lees ook de recensies over andere boeken van Edward van de Vendel:

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt