Pietje Bell - Chr. van Abkoude

'Nooit spijt van zijn rotgeintjes'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 11 februari 2006

Vorige

Na 'Dik Trom' mocht de kinderboekenheld stout zijn. Maar de streken van Pietje Bell, Diks opvolger, zijn niet leuk meer: wie slaat nou zomaar het horloge van zijn zus stuk? Deel 2 van 4 herlezingen van klassieke kwajongensboeken.

Het grote succes dat auteur C.Joh. Kieviet begin twintigste eeuw met 'Uit het leven van Dik Trom' had, bleef bij zijn collega's niet onopgemerkt. Ook al vonden pedagogen Dik Trom je reinste propaganda voor onfatsoenlijk gedrag, kinderboekenschrijvers zagen het kwajongensverhaal wel zitten.

Chr. van Abkoude is de bekendste navolger van Kieviet. Hij publiceerde in 1914 de stadse variant van Dik Trom: 'Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen'. Hoewel critici na Dik Trom wel wat gewend waren, deed ook dit boek veel stof opwaaien.

Begrijpelijk, want vergeleken met Pietje is zijn voorganger Dik een voorbeeldige goedzak. Pietje is, zoals zijn tante Cato het uitdrukt, "een kleinen duivel die alle andere menschen van den morgen tot den avond het leven zuur maakt". Hij is een felle straatschooier die aan de lopende band rotgeintjes uithaalt en, anders dan Dik, nooit tot inkeer komt.

Pietje woont met zijn ouders en zus Martha aan de Rotterdamse Breestraat. Vader Bell is schoenmaker en altijd zo goedgemutst dat zijn klanten hem Jan Plezier noemen. Pietje hoeft dan ook niet vaak op een oorveeg te rekenen als hij ondeugend is geweest. Vader schatert het veelal uit en roept naar zijn vrouw: ,,Zo'n jongen toch, moeder. 't Is een reuzentiep!"

Die uitspraak is één van de vele bewijzen dat Chr. van Abkoude de succesformule van Kieviet heeft afgekeken. Ook vader Trom geeft geen straf, maar mompelt slechts de vergelijkbare woorden: ''t Is een bijzondere jongen. En dat is-ie'.

Aan de hand van deze zinnen is meteen vast te stellen waarom 'Pietje Bell', in tegenstelling tot 'Dik Trom', geen sympathiek boek is. De lezer kan zich de uitspraak van vader Trom goed voorstellen. Dik is immers een goeiige lummel en zijn grappen ontstaan steeds uit kinderlijke balorigheid. Maar dat schoenmaker Bell zijn zoon een 'reuzentiep' vindt, wekt ergernis, want Pietjes streken zijn heel wat minder onschuldig dan die van Dik.

Dat Pietje de neuswrat van zijn tante afbindt, is nog best geinig; het is toch een nare heks. Maar als hij de gloednieuwe japon van zijn lieve zus kapot maakt, haar horloge stukslaat en haar verloving bijna verpest, ben je eerder geneigd medelijden met haar te hebben dan te lachen om Pietje.

Door de lezer de gelegenheid te bieden te sympathiseren met de benadeelde partij, zet Van Abkoude zijn held in de kou. Hij probeert dat recht te breien door voorafgaand aan elke nieuwe streek te benadrukken dat Pietje goede bedoelingen heeft. De moderne lezer zal daar niet intrappen en alleen maar meer gaan twijfelen aan Pietje's gouden hart. Het kan toch niet zo zijn dat hij nooit van de ellendige gevolgen van zijn daden leert? Pietje zégt zelfs af en toe dat hij zo'n ondeugende jongen is. Hij wéét het dus best!

Dat Pietje steevast de vermoorde onschuld uithangt (,,Het was toch verschrikkelijk, dat hij nooit eens iets góed kon doen, 't liep altijd mis.") en zijn ouders 174 pagina's lang niet meer bijkomen van het lachen, werkt behoorlijk op de zenuwen.

Van Abkoude's beschrijvende stijl rijmt bovendien niet met het razendsnelle tempo waarin Pietjes streken elkaar opvolgen. Er zitten nauwelijks spannende, actieve scènes in het boek, waardoor je niet veel mét de hoofdpersoon beleeft. Het is meer alsof je luistert naar iemand die proestend verslag doet van een aantal gebeurtenissen, die je alleen grappig kunt vinden als je erbij bent geweest.

Zo beschouwd zou 'Pietje Bell' niet meer zijn dan een slap aftreksel van een eerder succes. Dat is even grote onzin als de bewering dat het een mooie roman is. Van Abkoude is er op sommige punten toch in geslaagd weer een stap verder te zetten dan zijn voorbeeld. Het moralisme dat in 'Dik Trom' nog aanwezig was, wist Van Abkoude bijvoorbeeld te omzeilen.

Bovendien heeft hij het klaargespeeld om het succes van Dik Trom niet alleen te evenaren, maar zelfs te overstijgen. En zo verhief Van Abkoude het kwajongensboek dat Kieviet uitvond, tot een volwaardig genre en hielp zo de vrolijke kinderliteratuur definitief in het zadel.

Chr. van Abkoude: Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen. Ill. Jan Rinke. Kluitman, Alkmaar. ISBN 9020620274; 174 blz. € 8,50. Vanaf 7 jaar. (hertaalde editie) Herdrukken van de originele tekst zijn alleen antiquarisch te krijgen.

Christiaan Frederik van Abkoude (1880-1960)

Chr. van Abkoude werd geboren in de Rotterdamse buurt Crooswijk. Hij deed de kweekschool en stond op zijn 21ste voor de klas. Van Abkoude las niet alleen veel voor, hij had ook zelf literaire aspiraties: uit de nalatenschap van Willem Kloos kwam een briefje tevoorschijn, waarin Van Abkoude hem een mythisch sprookje aanbiedt. Zijn eerste boek over Pietje Bell was een groot succes. Van Abkoude emigreerde naar Amerika waar hij de vervolgdelen over Pietje schreef en onder de naam C. Winters kindervoorstellingen gaf.

Lees ook de andere afleveringen uit de serie Kwajongensboeken van de klassiekerrubriek van Trouw:

De originele tekst van 'Pietje Bell, of de lotgevallen van een ondeugenden jongen' is on line te lezen op de website van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt