Uit het leven van Dik Trom - C.Joh. Kieviet

''t Is een bijzondere jongen, en dat is-ie!'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 4 februari 2006

Vorige

Dik Trom was de eerste kwajongen in onze jeugdliteratuur. Het eerste kind waar je om kon lachen. Natuurlijk had hij wel een hart van goud. En voelde hij na elke streek 'hoe slecht het van hem was'. Deel 1 van 4 herlezingen van klassieke kwajongensboeken.

De 21ste eeuw heeft Dik Trom tot nu toe niet veel goeds gebracht. Sinds de millenniumwisseling loopt de verkoop van de zes titels over de boerenvlegel drastisch terug. Vijftien jaar geleden verscheen de herziene editie van het eerste deel, 'Uit het leven van Dik Trom', dat in 1891 werd geschreven door C. Joh. Kieviet. De ouderwetse taal werd opgepoetst, alle originele illustraties van Johan Braakensiek werden in ere hersteld en het boek kreeg een fris, kleurrijk omslag.

Sinds die facelift heeft uitgeverij Kluitman nog zo'n duizend exemplaren per jaar verkocht. Maar nu lijkt het met Diks populariteit gedaan. Of de reeks herdrukt wordt, als de magazijnvoorraad van de 102de druk op raakt, is onzeker.

Wat kan Dik redden? Een groots opgezette verfilming, zoals zijn klassieke collega Pietje Bell werd gegund? Misschien, maar bij de uitgever zijn geen plannen in die richting bekend.

Het is ook maar de vraag of je dat moet willen, zo'n film. Waarschijnlijk wordt het, net als bij Pietje Bell, een slaapverwekkende en chaotische aaneenschakeling van kwajongensstreken, bijeengeschraapt uit een aantal delen. Nee, dan liever het boek. Dat kun je na het zoveelste grinnikverhaaltje tenminste even wegleggen.

'Uit het leven van Dik Trom' verhaalt over de eerste achttien levensjaren van een olijke snuiter, zoon van een rechtschapen timmerman. Hij wordt Dirk gedoopt, maar als kleuter heeft hij moeite met het uitspreken van de letter R. Omdat hij bovendien verreweg het molligste joch uit het dorp is, wordt hij algauw Dik genoemd.

Zijn ouders houden zoveel van hem, dat ze het niet over hun hart kunnen verkrijgen hem een standje te geven. Als Dik de klompen van de baker vol modder schept of in de wastobbe het kanaal op vaart, mompelt vader slechts de inmiddels gevleugelde woorden: 't Is een bijzonder kind, en dat is-ie!

Naar hedendaagse begrippen is Dik helemaal niet zo bijzonder, maar waarschijnlijk was hij dat eind 19de eeuw ook al niet. Het is een goedgebekte, vrolijke knaap die regelmatig kattenkwaad uithaalt, maar het hart op de juiste plek heeft. Net als zoveel andere boerenjongens uit die tijd (Diks aartsrivaal Bruin Boon uitgezonderd).

Wat Dik uniek maakt, is dat hij het eerste bóekpersonage was dat streken uithaalde. Eind 19de eeuw werd de kinderliteratuur bevolkt door een stel weerzinwekkend deugdzame lieden. C. Joh. Kieviet wilde daarom schrijven over een jongen van 'vleesch en bloed'. Dat is hem gelukt, want nog steeds wordt 'Dik Trom' door literatuurhistorici gezien als het eerste humoristische kinderboek.

Maar valt er nog steeds te lachen om Diks fratsen? Bij jonge kinderen hebben sommige grappen ook nu nog het gewenste effect. Iemand anders in de maling nemen, vooral gezagsdragers, blijft leuk. Bovendien herkent elk kind de tijdloze streken die Dik uithaalde: beursje trekken en belletje lellen doen zij ook!

Maar ook al zullen sommige oubollige grollen kinderen nog aan het lachen krijgen, de manier waarop Dik steeds opnieuw tot inkeer komt, en verandert in een brave Hendrik, is niet meer van deze tijd. Nadat hij een paar appels uit een boomgaard heeft gekaapt, spreekt hij: "O, ik voel nu eerst goed, hoe slecht het van mij was, en ik weet nu, dat stelen stelen is, onverschillig of het een gulden betreft of een appel. Maar het zal mij nooit weer gebeuren; een dief wil ik niet zijn!"

Bovendien hangt 'Uit het leven van Dik Trom' als los zand aan elkaar. Een rode draad ontbreekt; elk hoofdstuk beschrijft een nieuw, stout avontuur. Het ontbreekt in dit boek aan een grotere gedachte, aan een stevige basis, die het verhaal meer diepgang had kunnen geven. Het blijft nu een kolderieke opeenstapeling van voorvallen in een tenenkrommend ongenuanceerde wereld.

Toch zou het jammer zijn als de boeken helemaal uit de roulatie werden genomen. We hebben hier te maken met een mijlpaal uit onze jeugdliteratuur, die een eervolle plaats in de boekwinkel verdient. Want voor het Nederland van de 19de eeuw was het een bijzonder boek, en dat was het.

C.Joh. Kieviet: Uit het leven van Dik Trom. Ill. Johan Braakensiek. Kluitman, Alkmaar. ISBN 9020620487; 192 blz. € 8,50. Vanaf 7 jaar. (hertaalde editie)
Herdrukken van de originele tekst zijn alleen antiquarisch te krijgen.

Cornelis Johan Kieviet (1858-1931)

C. Joh. Kieviet werd geboren in Hoofddorp in een timmermansgezin van elf kinderen. Hij deed een lerarenopleiding en werd in Etersheim hoofdmeester op een eenmansschooltje. Zijn eerste boek over Dik Trom kreeg hij met moeite uitgegeven bij Kluitman en het duurde acht jaar voor de kleine oplage was uitverkocht. Pas toen de bekende spotprenttekenaar Johan Braakensiek nieuwe illustraties bij het boek maakte, werd Dik Trom ongekend populair. Critici bejubelden zijn joligheid, pedagogen waarschuwden voor de slechte invloed die Diks onfatsoenlijke gedrag op kinderen zou hebben. Na Dik Trom groeide het kwajongensboek uit tot een apart genre in de kinderliteratuur.

Lees ook de andere afleveringen uit de serie Kwajongensboeken van de klassiekerrubriek van Trouw:

De originele tekst van 'Uit het leven van Dik Trom' is on line te lezen op de website van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren
 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt