Vango - Timothée de Fombelle

'Op de vlucht voor Russen, Fransen én een Schots meisje'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 12 februari 2011

Vorige

Ongeduldige mensen moeten het eerste deel van het nieuwe tweeluik van Timothée de Fombelle maar niet lezen. Althans, niet voor het volgende deel in 2012 is verschenen. In de bijna vierhonderd bladzijden tellende, fascinerende ’Vango. Tussen hemel en aarde’ wordt het mysterie namelijk met elk hoofdstuk groter, om uiteindelijk uit te monden in een handvol tergende cliffhangers.

Alles begint in 1934 op het plein voor de Notre Dame in Parijs, waar Vango Romano (19) op het punt staat tot priester te worden gewijd. Als de politie de ceremonie onderbreekt om de jongen te arresteren, neemt hij de benen. Dat hij ten onrechte wordt verdacht van de moord op een bevriende monnik, ontdekt hij pas later.

Net als Tobie Lolness, de hoofdpersoon uit De Fombelle’s gelijknamige, met de Zilveren Griffel beloonde fantasydebuut, blijft Vango het hele boek lang op de vlucht. Voortdurend voel je die typische spanning van achtervolgingsscènes, die nog versterkt wordt als blijkt dat niet alleen de Parijse politie jacht op Vango maakt. Ook een stel Russische spionnen, rechtstreeks geïnstrueerd door Stalin, en een Schotse rijkeluisdochter zijn naar hem op zoek.

Hoewel de filmisch aandoende, alwetende verteller de lezer in staat stelt het verhaal beurtelings vanuit alle verschillende personages te volgen, weet De Fombelle hun precieze plaats in de puzzel tot het eind toe diffuus te houden. Het belangrijkste stukje, Vango zelf, blijft het grootste raadsel: wie is deze jongen en waarom wordt hij gezocht?

Via flashbacks komen we te weten dat hij met zijn kinderjuffrouw in 1918 aanspoelde op een van de Eolische Eilanden bij Italië. De vrouw zegt te zijn vergeten waar ze vandaan komen, maar geeft Vango wel een blauwe zakdoek waarop geborduurd is: ’hoeveel koninkrijken hebben geen weet van ons’.

Gezien Vango’s achternaam Romano en de rol van Stalin in het verhaal, zullen sommige lezers een relatie vermoeden met de ondergang van de tsarenfamilie Romanov. Maar daarover geeft dit deel nog geen uitsluitsel.

Dat de roman uitnodigt tot dit soort speculaties, bewijst hoezeer Vango’s wereld in de beeldende taal van De Fombelle tot leven komt. De meesterlijke compositie sleept je in een wervelende vaart door het Europa van het interbellum, dat bijzonder sfeerrijk is beschreven, en laat je kennismaken met historische personages, zoals de commandant van het beroemde luchtschip Graf Zeppelin. Het wordt een lang jaar voor lezers die moeten wachten op de ontknoping van dit verhaal.

Timothée de Fombelle: ‘Vango – tussen hemel en aarde’. Vertaald uit het Frans door Eef Gratema. Querido, Amsterdam. ISBN 9789045111490; 384 blz. € 16,95. Vanaf 12 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2018 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt