Vijf draken verslagen en Wat je ziet, zit in je hoofd - Diverse auteurs

'Het heeft grote oren en een staart van voren'
Door Bas Maliepaard

Trouw Boeken, 26 november 2011

Vorige


Nederlands-Vlaamse kinderdichters zijn net bedreigde dieren. In het wild kom je ze nauwelijks nog tegen, maar er zijn dierentuinen die de soort in leven trachten te houden. Dat zijn dan die schaarse bloemlezingen, waarin zowel bekend als nieuw talent een kans krijgt.

In ‘Wat je ziet, zit in je hoofd’, een kloeke, vaak komisch geïllustreerde bundel, bracht rasbloemlezer Jan Van Coillie de mooiste kindergedichten van de afgelopen tien jaar samen. Drie keer eerder publiceerde hij zo’n boek dat een decennium kinderpoëzie overziet.

In zijn voorwoord stelt hij vast dat donkere gedachten van kinderen een steeds belangrijker rol in de kinderpoëzie hebben gekregen. Zoals in ‘Zwarte vissen’ van Gil Vander Heyden: “Soms,/ het gebeurt weleens,/ worden gedachten zwarte vissen./ Ze botsen tegen de glazen muren/ van mijn hoofd.” Of in ‘Alsof’ van Hans Hagen: “Ik leef zo klein op school/ zo binnen muren/ in het harnas van mijn vel”.

Maar er staat ook genoeg onbezorgds in, zoals dit vers van Ivo de Wijs: “Ik zag vandaag een olifant/ met hele grote oren./ Hij had een staart van achter/ en hij had een staart van voren.”

Hoewel het een fijne en door de thematische opzet zeer bruikbare bundel is, valt op dat er erg veel bekende namen in staan. Jaap Robben is het enige jonge talent dat (terecht) vaak aan bod komt, maar Simon van der Geest ontbreekt geheel.

Wat dat betreft is ‘Vijf draken verslagen’, het nieuwste ‘poëziespektakel’ van Querido, prikkelender. Van der Geest staat erin, met het grappige ‘Piesen op het schrikdraad’: "Ik zal je zeggen hoe dat gaat:/ Tzik! /Bliksem/ in je mik!/ Je skelet staat te tikken/ en te hikken/ tot je/ alle botjes/ weet te zitten/ so/ wat deed dat pijn, vooral/ de botjes/ in mijn/ piemel." En nieuwkomer Bart Temme met een even onsmakelijk als ontroerend gedicht: "Broer leerde mij tongzoenen/ met een zachtgekookt ei.” Ruud Osborne maakt indruk met zijn vierluik over twee jongens, vol durf en ondeugd, op avontuur. “Sloten trekken kieren/ in het weiland/ die met de hand/ niet zijn te dichten/ je moet ze nemen/ met sprongen". En: ‘We schoppen de zon/ over de rand van het land,/ blussen na met zee, zweet en water,/ bezetten het strand.”

Bedreigd, maar nog lang niet uitgestorven, die kinderdichters. Dit zijn bloemlezingen als dierentuinen, die je elke dag wilt bezoeken.

Jan Van Coillie (sam): Wat je ziet, zit in je hoofd. Ill. Kristien Aertssen.Davidsfonds, Leuven. ISBN 9789059084254; 155 blz. € 19,95. Vanaf 5 jaar.
Ted van Lieshout (sam): Vijf draken verslagen. Querido, Amsterdam. ISBN 9789045112312; 95 blz. € 14,95. Vanaf 10 jaar.

 

© Bas Maliepaard 2017 | Disclaimer | Ontwerp - pmsmt